Cito-toets rekenen

De Cito-toets rekenen wordt vanaf groep 3 tweemaal per jaar afgenomen. Het betreft de zogenaamde Midden-toets (in november, december) en de Eindtoets (in mei, juni). De Cito-toets rekenen toetst de vaardigheden van leerlingen op het gebied van rekenen en wiskunde.

Cito-toets rekenen in groep 1 en 2

In sommige kleuterklassen wordt de Cito-toets ook al afgenomen op het gebied van rekenen. Er wordt dan onder meer gekeken naar ruimtelijk inzicht en getalbegrip. Dit blijken zeer belangrijke domeinen te zijn, als voorwaarde voor het goed kunnen volgen van het rekenonderwijs in  groep 3 en hoger.

Het is dus belangrijk dat kinderen in groep 1 en 2 deze vaardigheden goed aangeleerd krijgen.

Cito-toetsen en leerlingvolgsysteem

De Cito-toetsen rekenen worden bijgehouden in het leerlingvolgsysteem. Veel scholen maken standaard gebruik van het leerlingvolgsysteem van Cito. De toetsen worden daarin ingevoerd en er komt een schaalscore uit, inclusief een vaardigheidsscore.

De vaardigheidsscore geeft aan hoe de toets gemaakt is. Het aantal opdrachten minus het aantal fout is – even heel eenvoudig gezegd (de berekening achterwegen latend) – de vaardigheidsscore. Aan een vaardigheidsscore wordt ook een Romeinse cijfer gekoppeld.

Romeinse cijfers voor Cito-toets rekenen

De Romeinse cijfers op de Cito-toets rekenen geven aan hoe een toets gemaakt is. Deze cijfers komen overigens ook terug bij de andere Cito-toetsen, zoals begrijpend lezen, spelling en woordenschat.

Kort gezegd komt het op de volgende verdeling neer:

I = 81 tot 100% goed

II = 61 tot 80% goed

III = 41 tot 60% goed

IV = 21 tot 40% goed

V = 0 tot 20% goed

Deze vaardigheidsscores worden in de bovenbouw steeds meer gebruikt om een richting voor het voortgezet onderwijs aan te duiden.

Cito-toets rekenen voorbereiden

Is het nu handig om de Cito-toets rekenen met je kind voor te bereiden? De antwoorden zijn verschillend. Enerzijds is het altijd goed om kinderen voor te bereiden op een toets, want dan worden ze er op het moment zelf niet door overvallen en kunnen ze zichzelf het beste laten zien. Anderzijds moet oefenen geen instrument worden om hogere scores af te dwingen, want die geven een vertekenend beeld.

Over het algemeen geldt dat oefenen zinvol is. Kinderen laten oefenen met Cito-achtige vragen helpt ze om de toetsen beter te maken.

Vragen op de Cito-toets voor rekenen

De Cito-toets rekenen stelt vragen waarop diverse antwoorden mogelijk zijn, bijvoorbeeld meerkeuze-antwoorden, maar ook open antwoorden. De kinderen moeten in dat geval altijd een getal in vullen. Hieronder volgt een aantal voorbeeldvragen van verschillende Cito-toetsen (vanaf groep 3 tot en met groep 8).

Op vakantie

De familie Visser moet 780 kilometer rijden voor ze op hun vakantieadres zijn. Op dag één legt de familie Visser 2/3 van de route af. Hoeveel kilometer moeten zijn nog rijden? _________ km

Spaarpot

Evelien spaart voor een nieuwe film. Ze heeft op dit moment € 30 in haar spaarpot. Oom Henk geeft haar € 5. Hoeveel euro zit er nu in haar spaarpot? € _______

Kale som

345 + 129 = __________

555 + 111 + 222 = __________

Je kunt zien dat er dus sprake is van zowel kale sommen als van verhaaltjessommen (redactiesommen). Met name die redactiesommen vereisen nog een extra aanpak: de juiste som uit het verhaaltje halen.

Hierover lees je meer in ons artikel Cito-toets rekenen met redactiesommen.

Copyright Cito-toets rekenen 2018
Tech Nerd theme designed by FixedWidget