Voorbeelden Cito-toets rekenen

Lezers vragen vaak om voorbeelden van de Cito-toets rekenen. Nu kunnen we natuurlijk niet zomaar allerlei toetsvragen online zetten, maar we hebben er wel een aantal na kunnen bootsen. Zo krijg jij als ouder zich op wat voor sommen er op de Cito-toets voorkomen.

We beschrijven alleen de som. De oplossing laten we aan jullie. Wel geven we in een subkopje uitleg over hoe er berekend moet worden.

Grote getallen

Krantenbericht:

Jaarlijks ruilen Nederlanders voor 2 miljoen euro aan SaveMiles

Nederlanders ruilen elk jaar voor een bedrag aan 2 miljoen euro aan SaveMiles in Nederlandse supermarkten.

100 punten zijn € 1 waard. Hoeveel punten worden er jaarlijks door Nederlanders ingeleverd?

A 20 miljoen                      C 2 miljard

B 200 miljoen                    D 20 miljard

Berekening:

Kinderen moeten inzien dat € 1 in verhouding staat tot 100 punten. De stap die je zet om van €1 naar € 2.000.000 te komen is dezelfde stap die je moet zetten met 100 punten.

Aanbieding zakken chips

Winkel 1: 4 halen, 3 betalen

Winkel 2: Elke 2e zak chips gratis!

Winkel 3: Elke 3e zak chips voor de helft van de prijs

Winkel 4: Elke 3e zak chips gratis!

Karlijn heeft 24 zakken chips gekocht voor haar verjaardagsfeest. Ze hoeft er maar 16 af te rekenen. In welke winkel heeft zij de zakken chips gekocht?

A Winkel 1                          C Winkel 3

B Winkel 2                          D Winkel 4

Berekening:

Leerlingen moeten bekijken in welke winkel de formule 24 halen, 16 betalen van toepassing is. Is er een breuk mee te maken? Zo ja, is die breuk ook van toepassing op een van de winkels?

Breuken

½ x ¼ x ½ =

Berekening:

Deze open vraag komt voor op de Cito’s volgens het leerlingvolgsysteem (LVS). Ook op de Eindtoets komt hij voor, maar dan worden er vier mogelijke antwoorde gegeven. De strategie die kinderen hierbij moeten beheersen is breuken vermenigvuldigen. Een gedachtegang kan zijn: ¼ van ½ is… en daar moet ik dan weer ½ van hebben…

Aquarium vullen

Dimitri heeft een nieuw aquarium gekocht. Het is 1,5 meter breed, 80 cm diep en 1 meter hoog. Hij vult het tot 0,80 meter met water. Hoeveel liter water heeft Dimitri nodig?

_______ liter

Berekening:

Deze som komt ook op de Cito-toets volgens het LVS voor. Op de Cito Eindtoets is hij ook gesignaleerd, maar zijn er altijd mogelijke antwoorden. Die ontbreken nu en dat is jammer, want dan kun je met schatten al veel komen. Nu moeten leerlingen twee dingen doen, namelijk:

  1. De inhoud berekenen in vierkanten meters (1,5 x 0,80 x 0,80)
  2. Deze inhoud omzetten naar liters (vierkanten decimeters)

Duurdere aardbeien

Een kraampje langs de weg verkocht vorig jaar aardbeien voor € 8 per kg. Dit jaar is de prijs gestegen naar € 9,60 per kilo. Met hoeveel procent is de prijs gestegen?

A 1,2%                  C 20%

B 1,6%                  D 120%

Berekening:

Leerlingen moeten kennis hebben van breuken en weten dat de € 8 van vorig jaar het uitgangspunt voor 100% is. Het verschil met het nieuwe jaar is € 1,60. Hoeveel procent is € 1,60 van € 8? Eerst moet dan berekend worden wat 10% is, in dit geval € 0,80 en met die kennis kan de som worden opgelost.

Conclusie

Deze sommen zijn slechts enkele voorbeelden van de Cito-toets. Het betreft, zoals je ziet, veel verhaaltjessommen (redactiesommen). Kinderen moeten dus om te beginnen de juiste vraag uit het verhaaltje halen. Want ook daar kan het fout gaan.

Oefenen van dit soort vragen kan om die reden zeker geen kwaad en zal kinderen absoluut helpen beter te scoren.

2 comments on “Voorbeelden Cito-toets rekenen”

  1. De vraagstelling blijft wel erg typisch. Waarom moeten kinderen eerst goed lezen voordat ze de som mogen oplossen? Het gaat toch niet om LEZEN, maar om REKENEN? Of ben ik de weg kwijt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Copyright Cito-toets rekenen 2018
Tech Nerd theme designed by FixedWidget